Essay

De literatuurfabriek

Ik kwam binnen tijdens het applaus. Terwijl de bejubelde Jonge Schrijvers hun voorleespapieren nog aan het verzamelen waren, baande ik mij een weg door de stoelenzee. Achteraan in het bibliotheekzaaltje wist ik nog een plek te bemachtigen, te midden van vingerknippende medestudenten en een enkele glunderende hoogleraar.

Over mijn eigen academische scriptie had ik in de ochtend al een praatje gehouden. Het was net maart, en om de English majors van de class of 2018 uit te zwaaien, had onze faculteit een symposium georganiseerd. De studenten creative writing zouden een passage uit hun afstudeerwerk voorlezen. Hier hadden we het allemaal voor gedaan.

Het volgende vijftal schrijftalenten schuifelde naar de twee met microfoons en waterflessen bedekte tafels. Als de voorsteven van een schip stonden de tafels opgesteld in een punt. Gekuch, geschraap van stoelen, geritsel van papier; het verstomde snel.

Als sommige schrijvers voorlezen, ga je er anders van ademen. Het hele publiek deint dan mee op het ritme van de zinnen. Hoesten hoeft niet meer. Je hoofd valt onwillekeurig opzij. Opeens is aandacht bijna tastbaar, als mist hangt het in de kamer. Bij mijn vriend James gebeurde dat vanaf het begin. Rebecca en Kaitlyn wisten het ook wel een alinea lang vol te houden. Maar bij de andere twee, wier namen ik alweer kwijt ben, was er niets. Of: al het andere was er opeens weer, om te beginnen het ploffen van adem in de microfoon. Tijdens hun optredens schoot mijn aandacht heen en weer tussen het kruisen en ontkruisen van benen, kopjes koffie die op een schoteltje rinkelden en het droge geblaas van de verwarming.

Ineens waren de readings voorbij. Ik stond in de rij om James te feliciteren. De studenten creative writing hadden elk tien minuten voorgelezen. Ik vroeg me af of ik tussen al hun stemmen de stem van mijn generatie had gehoord.

De stem van mijn generatie

In de openingsscène van Lena Dunhams serie Girls zien we hoofdpersoon Hannah Horvath met haar ouders in een keurig restaurant een bord spaghetti naar binnen proppen. Haar moeder sneert: ‘Je eet alsof ze het van je af gaan pakken.’ Een rake opmerking: ‘ze’ blijken de ouders van Hannah te zijn, en wat ‘ze’ haar gaan afpakken is haar zakgeld. Pappie en mammie betalen niet meer voor haar telefoon, verzekering, en appartementje in Brooklyn. Haar vader probeert het nog diplomatiek te verwoorden, maar haar moeder windt er geen doekjes om: ‘We’re not going to be supporting you any longer.’ Hannah stribbelt tegen met een woordenvloed van jewelste. Haar valt niets aan te rekenen; eeuwig ouderschap zou een symptoom zijn van een economie die op zijn gat ligt. En na een jaar stagelopen bij een uitgeverij zal ze daar vast een baan aangeboden krijgen. Bovendien mogen haar ouders zich gelukkig prijzen met een dochter als zij, zonder zwangerschap of drugsproblemen. Haar moeder maakt een eind aan Hannahs relaas: ‘No. More. MONEY.

Hannahs wanhoop en het ongeduld van haar ouders hebben ook te maken met haar ambitie: ze wil schrijver worden. En niet zomaar een schrijver: ‘I might be the voice of my generation,’ realiseert ze zich later in de aflevering. Zo introduceert Dunham zichzelf als onvergetelijke exponent van de millennial-generatie. Op Amherst College, het liberal arts college in Massachusetts waar ik vier jaar studeerde, kreeg ik vaak het gevoel dat Hannah en haar vrienden in Girls inderdaad mijn generatie representeerden. Overal op Amherst zag ik Hannahs om mij heen: ambitieuze studenten met rijke ouders met die typisch New Yorkse haast en dat Woody Allen-achtige neuroticisme. Zeker nu, een jaar na mijn afstuderen, zie ik via de Insta’s en Snapchats van mijn vrienden hoe hun levens in New York en de Bay Area het script van Girls volgen. Ze werken bij uitgeverijen, bladen als The Paris Review of schrijven korte verhalen terwijl ze hun brood verdienen als barista. Hannahs generatie – mijn generatie – heeft honger. En niet alleen naar buddha bowls en almond milk lattes, of een diner gesponsord door ouders, maar vooral, honger naar bevestiging. Bevestiging dat het waar is wat onze ouders en prestigieuze universiteiten ons voorhielden: ‘You’re unique, and you’re going to change the world.’

Terug in Nederland vroeg ik me af: wie is hier de stem van mijn generatie? Natuurlijk hebben we hier generatiemarkerende boeken en schrijvers gehad. Reve met De avonden, Wolkers met Turks fruit, en ga zo maar door. Maar misschien is het inmiddels gedaan met dat fenomeen, aangezien in Nederland steeds meer Amerikaanse en Engelse boeken en films worden geconsumeerd. Bovendien zijn de millennialperikelen in de VS en in Nederland vergelijkbaar: eeuwig ouderschap, gentrificatie en onmogelijke huizenprijzen in de randstad. De stem van de Nederlandse millennialgeneratie lijkt dus evengoed: Girls.

[…]

Lees het volledige essay vanaf 31 mei op de website van de Nederlandse Boekengids of in het augustusnummer van dNBg.