tips

Er wordt veel geschreeuwd in de twee korte romans van Édouard Louis, Weg met Eddy Bellegueule en Geschiedenis van geweld, en ook veel gespuugd. Vaak gebeurt het ook min of meer tegelijkertijd, alsof spuug de materiële vorm van taal is, een betrouwbaarder betekenisdrager dan woorden, die vaak verkeerd worden begrepen. Op de eerste bladzijde van Weg met Eddy Bellegueule wordt de verteller op school in zijn gezicht gespuugd. ‘De lange met het rode haar spuugde Hier, voor in je smoel. De klodder liep langzaam over mijn gezicht, geel en dik zoals dat luidruchtige slijm dat de keel van bejaarden en van zieke mensen verstopt.’ Het is gruwelijk efficiënt. De woorden die de lange met het rode haar heeft uitgespuugd (en die zijn gecursiveerd, zoals alle uitspraken van personages uit het arbeidersmilieu) worden ingebed tussen ‘spuugde’ en ‘de klodder’, waardoor spuug en woorden niet van elkaar gescheiden zijn, één enkele materiële aanranding die niet kan worden weggeveegd. Door Matthew Stadler.

In december worden de prijzen voor de Jonge Kunstkritiek opnieuw uitgereikt. Auteurs tot 35 jaar kunnen hun essay (of recensie) tot en met 1 september inzenden.

Voor wie schoor ik me nog? Er is een diepe breuk in mijn rituelen ontstaan. De treinen naar Amsterdam (daarvoor maakte ik die thermos thee), de belangrijke vergaderingen en toevallige ontmoetingen, de koffies bij De Zwart – de openbaarheid is geïnfecteerd, en zal, niet-medische mondkapjes ten spijt, mijn rol daarin nog wel even blokkeren. Die eerste tijd waren er natuurlijk ook nog amper beeldvergaderingen, en meden we zelfs onze vertrouwde speeltuin. Ik zou mijn ongeschoren gezicht nog slechts delen met mijn vriendin en kinderen, de mensen die ook het eerst in een virusbesmetting zouden delen. Door Daan Stoffelsen.

essays

Auteur: Maria Kager | Mentor: Martien Bos | Voor: De Optimist

‘Hier,’ zei mijn grootvader, en hij gaf me een dikke, zwarte Penguinpocket met een grijze rug. ‘Als je dit uitleest, van begin tot eind, ga je naar de hemel.’ ‘James Joyce’ stond met witte letters op de kaft. Ulysses. Hij had het boek letterlijk kapotgelezen: de bladzijden zaten los in de omslag, een dik elastiek hield alles bij elkaar.

Auteur: Albert Meijer | Mentor: Pieter Coupé | Voor: de lage landen

De thema’s ‘samenkomen’ en ‘diversiteit’ staan al jaren centraal op het Eurovisiesongfestival: in de profilering van gastlanden, in de regenboogvlaggetjes die overal in het publiek opduiken en in de optredens zelf. Ook in de filmpjes voor Rotterdam 2020, waar het festival had moeten plaatsvinden, viel de diverse stoet van mensen op: oud en jong, zwart en wit, homo en hetero, hip en niet zo hip. Dat is opvallend voor een festival dat uitgesproken apolitiek van aard is. Waarom heeft het Songfestival zo’n fascinatie voor verbroedering en diversiteit?

Passief wegzakken in het rode velours van een theaterzitje? Think again. Steeds meer cultuurhuizen programmeren gesprekken en debatten na of naast voorstellingen, waarin de toeschouwer mee aan de bak moet. Aftertalks hebben een prominente rol verworven in onze cultuuragenda. Openen zulke interactieve momenten ons de ogen of snoeren ze het publiek net de mond?

nieuws

Onlangs werd Albert Meijers essay ‘Hoe het apolitieke Songfestival soms verrassend politiek kan zijn’ gepubliceerd op de website van de lage landen. Wij vroegen Meijer en zijn begeleider Pieter Coupé hoe zij inmiddels op het mentoraat terugkijken.

Begin deze maand gingen Anja Sicking en Julia Khusainova met elkaar aan de slag. Sicking begeleidt Khusainova bij het herschrijven van haar essay ‘Illusies en de waarheid’.

Een nieuw mentoraat! Martien Bos begeleidt Maria Kager bij het herschrijven van haar ‘Mijn grootvader en James Joyce. Over de kunst van het kapotlezen’.

meernieuws